BEKNOPTE
ENCYCLOPEDIE
VOOR DE ALGEMENE
ONTWIKKELING

Met deze knop laat u zich verrassen. Het programma kiest willekeurig een onderwerp. U kunt deze functie ook gebruiken voor een kennisquiz.

naamval

Het systeem van verschillende woordvormen voor de zinsdelen onderwerp, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp en de bezitsvorm. In Europese talen worden gewoonlijk vier naamvallen onderscheiden. Van één tot vier zijn dat: nominatief (onderwerpsvorm), genitief (bezitsvorm), datief (meewerkend-voorwerpsvorm) en accusatief (lijdend-voorwerpsvorm).
Voorzetselvoorwerpen kunnen verschillende naamvallen hebben, afhankelijk van het voorzetsel. In het Nederlands is de naamval alleen nog zichtbaar in de voornaamwoorden (nominatief: ik, jij, hij; genitief: mijn, jouw, zijn; datief en accusatief: mij, jou, hem enzovoort), en in een aantal ouderwetse uitdrukkingen: ‘te allen tijde', ‘in groten getale', ‘in dier voege'. In de schrijftaal bestaat ook nog het onderscheid hun/hen, met 'hen' als lijdend voorwerp en volgend op een voorzetsel (bijvoorbeeld 'aan hen', 'over hen'), en 'hun' als meewerkend voorwerp ('Jan gaf hun rozen').



vorige
in dit hoofdstuk
volgende
in dit hoofdstuk

Deel dit lemma:

Volg CultureelWoordenboek.nl:



Gratis maar niet voor niks
De inhoud van het Cultureel Woordenboek is gratis, want de schrijvers worden niet betaald. Maar hosting en webbeheer krijgen we niet voor niks. We hebben dus wat financiële steun nodig. Wordt onze helpende vriend en maak € 10 (of meer) over. Hoe?
Kijk onder Vriend worden?

Gebarentalen, toontalen, mengtalen & vertalen. Oertaal, insliktaal, voeltaal & schuttingtaal. In de 50 (+1) interviews die Liesbeth Koenen verzamelde onder de titel Het Vermogen te Verlangen, gesprekken over taal en het menselijk brein komen alle uithoeken van taal aan bod.

paginatop