ijstijd

De grote ijstijd (eigenlijk: het grote glaciaal, 600.000 - 10.000 v.Chr.), bestond uit vier kleinere glacialen: De cromer-ijstijd, de elster-ijstijd, het saalien en het weichselien. In de glacialen was het kouder dan tegenwoordig, en grote delen van de continenten waren bedekt met landijs. Deze glacialen werden afgewisseld met interglacialen: warmere perioden tussen twee ijstijden.
Zie ook ijstijden in het hoofdstuk De aarde, het klimaat en het weer.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie van deze drie mannen uit het Oude Testament is een aartsvader?


JUIST!NIET JUIST!

Abraham

causaliteit

De verhouding tussen twee dingen of gebeurtenissen, waarbij het ene oorzaak is en het andere gevolg. Gedurende vrijwel de gehele geschiedenis van de filosofie is erover gestreden of causaliteit méér is - bijvoorbeeld een door God geschapen kracht - dan de constant waargenomen opeenvolging van twee gebeurtenissen, op grond waarvan men concludeert dat de eerste gebeurtenis de oorzaak is van de tweede.