Epicurus

(341-270 v.Chr.) Griekse filosoof, stichter van een filosofische school in Athene. Zijn natuurfilosofische leer sluit aan bij die van Democritus, die leert dat de natuur bestaat uit atomen en lege ruimte. De atomen vormen in een continu proces alle stoffelijke en geestelijke dingen (de ziel is een conglomeraat van atomen). Epicurus ontwikkelde zijn natuurleer als een medicijn tegen bijgeloof en tegen de angst voor de dood.
Bekend gebleven is Epicurus vooral om zijn ethiek. Het doel van het menselijk streven is de gelukzaligheid en het wezen van gelukzaligheid is het genot. Dat is echter niet alleen het zinnelijke genot, maar vooral intellectueel genot en dat bestaat voornamelijk uit zielenrust (ataraxie), die voortkomt uit inzicht in het ware wezen van de wereld.
Epicurus ontkende niet het bestaan van goden, maar dichtte hun geen invloed toe op het reilen en zeilen van de wereld en op het lot van de mensen.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?


JUIST!NIET JUIST!

Aletta Jacobs

egocentrisme en egoïsme

Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.