Idee
(Grieks: beeld, vorm) Bij Plato staat de idee gelijk aan de volmaakte en eeuwige oerbeelden van de dingen, die onafhankelijk van het denken bestaan . Sinds Descartes en Locke is 'idee' het 'beeld dat de geest zich van een ding vormt', een voorstelling. Bij Kant zijn het voorstellingen in het verstand die hun oorsprong niet in de ervaring hebben (ze zijn transcendentaal) en die dus niet bewezen kunnen worden. Hij noemt er drie: God, vrijheid en onsterfelijkheid. Bij Hegel is de idee het enige ware zijnde, waaruit alles langs dialectische weg voortvloeit.
Zie ook ideeënleer.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
