Frankische Rijk

Frankische Rijk: In de derde eeuw vestigden de Franken, een van oorsprong Germaanse stam, zich in het gebied ten zuiden van de Rijn. De grote uitbreiding kwam pas tijdens de regeerperiode van de Merovingische koning Clovis. Hij verenigde de Frankische stammen en heerste over het grootste deel van het gebied dat de Romeinen Gallië noemden. Na zijn dood erfden zijn vier zonen ieder een deel van het Frankische Rijk, dat daardoor in vier delen uiteenviel. Sommige Merovingische vorsten slaagden erin om het gezag uit te oefenen over het gehele Frankische Rijk en het uit te breiden. Zo werd onder Dagobert (603-639) het Frankische Rijk uitgebreid. In 751 werd de laatste Merovingische koning afgezet en kreeg het hoofd van de paleishuishouding (hofmeier) Pepijn III de kroon van het Frankische Rijk. Hij werd de eerste Karolingische vorst. Onder zijn zoon Karel de Grote kwam het Frankische Rijk tot grote bloei. Het Frankische Rijk strekte zich op zijn hoogtepunt uit van Noord- Duitsland tot de Pyreneeën en midden-Italië en van West-Frankrijk (uitgezonderd Bretagne) tot het huidige Karinthië in Oostenrijk. Na de dood van zijn zoon Lodewijk de Vrome, werd in 843 bij het Verdrag van Verdun het Frankische Rijk verdeeld over zijn drie nog in leven zijnde zonen. Door verdere erfdeling raakte het Frankische Rijk versnipperd en viel het uiteindelijk uiteen in verschillende koninkrijken.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?


JUIST!NIET JUIST!

Aletta Jacobs

egocentrisme en egoïsme

Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.