Joan Miró
Joan Miró (1893-1983) was een Spaanse schilder van een poëtisch surrealisme. Zijn doeken worden beheerst door een speelse en kleurrijke variatie van veelal organische vormen, die de gestalte van fantasiewezens kunnen aannemen. Hij paste in zijn werk de methode van het automatisme toe, waarbij men het verstand uitschakelt en uit potlood of penseel laat vloeien wat als vanzelf uit het onbewuste opborrelt.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
