Dante Alighieri
(1265-1321) Italiaanse dichter en prozaschrijver, die door middel van zijn Goddelijke komedie (1321, 'Divina Commedia') de volkstaal van zijn geboortestad tot de Italiaanse schrijftaal maakte. In dit verhalende allegorische gedicht, geschreven in terza rima (drieregelige verzen) en bestaande uit 180 canti (zangen), legt de dichter, met Vergilius als gids, de weg naar zijn verlossing af. De weg leidt door de negen kringen van de hel ('Inferno'), waar onder meer de dichters uit de oudheid worden aangetroffen, via de Louteringsberg ('Purgatorio') naar het paradijs ('Paradiso'). Hier maakt Vergilius, die de stem van de wereldse wijsheid vertolkt, plaats voor Beatrice, het symbool van godvruchtig inzicht dat de naam draagt van de vrouw die ook het onderwep van de gedichten in Vita Nuova (1292-94) is. De Goddelijke komedie varieert van realistische beschrijving tot visionair geschrift, en omvat de hele theologische, literaire en politieke denkwereld van de middeleeuwen.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
