Plato
(geboren Aristocles, 428-348 v. Chr.) Griekse filosoof, leerling van Socrates , leraar van de veel encyclopedischer ingestelde Aristoteles . Bedenker van de 'Ideeënleer' (die onze wereld ziet als een schaduw van de volmaakte wereld van de eeuwige Vormen), maar voor de literatuurgeschiedenis vooral van belang door de 'dialogen' waarin hij de debatterende Socrates opvoert te midden van zijn leerlingen en tegenstanders. In de Politeia buigt hij zich over de ideale staat, in Symposium over het wezen van de liefde, en in Phaedo beschrijft hij de dood van Socrates.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
