Edward Elgar

(1857-1934) Engelse componist. Hoewel zijn muziek in Engeland veel werd uitgevoerd, bleef hij zich een outsider voelen. Hij was van eenvoudige komaf en had geen muzikale opleiding. Zowel in kringen van het Britse establisment als tussen zijn wel muzikaal gevormde vakgenoten voelde hij zich onzeker. Ook al werd hij in 1904 in de adelstand verheven tot 'Sir' en in 1924 Master of the King's Music een eretitel, vergelijkbaar met 'hofdichter'. Internationaal vond zijn muziek eigenlijk pas in de jaren zestig brede erkenning, met name door de grammofoonplaten. Bekende werken zijn onder meer Enigma Variaties, Pomp and Circumstance Marches en Celloconcert in E mineur.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?


JUIST!NIET JUIST!

Aletta Jacobs

egocentrisme en egoïsme

Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.