deugden
De Middeleeuwse canon van de Zeven Deugden bestaat uit de drie theologische deugden Geloof, Hoop en Liefde (ontleend aan 1 Korinthe 13:13) en de vier kardinale deugden Voorzichtigheid, Rechtvaardigheid, Kracht en Matigheid (ontleend aan Plato's Politeia). Zij werden tot in de zeventiende eeuw afgebeeld als vrouwenfiguren met attributen, vaak in combinatie met het Laatste Oordeel of samen met gepersonifieerde ondeugden.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
