genetische code

De genetische code is de ‘vertaling’ van DNA naar eiwitten, via RNA en aminozuren. Deze code is opgehelderd aan de hand van de nucleotidenvolgorde van het messenger‑RNA (zie RNA). De 'letters' van de code worden gevormd door de vier nucleotiden adenine (A), cytosine (C), guanine (G) en uracil (U) die in het messenger‑RNA voorkomen. Omdat een volgorde van drie nucleotiden (= een codon) codeert voor de inbouw van één aminozuur, zijn er 64 mogelijke codons, die samen de genetische code vormen. AAA codeert bijvoorbeeld voor lysine, UUU voor fenylalanine. Enkele van de codons voorzien in start‑ en stoptekens.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?


JUIST!NIET JUIST!

Aletta Jacobs

egocentrisme en egoïsme

Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.