hart

Het hart is een hol, gespierd orgaan dat het middelpunt vormt van de bloedsomloop. Het hart is opgebouwd uit een linkerharthelft, bestaande uit een linkerboezem en een linkerkamer, van waaruit het bloed in de grote lichaamsslagader (aorta) wordt gepompt, en een rechterharthelft, bestaande uit rechterboezem en rechterkamer, van waaruit het bloed in de (kleine) bloedsomloop van de longen wordt gepompt.

Zie ook bloedsomloop.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke klier in het menselijk lichaam maakt insuline aan?


JUIST!NIET JUIST!

alvleesklier

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

adaptatie

Adaptatie is de wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van zijn leefomstandigheden. Dat kan gaan om een tijdelijke verandering bij een kortdurende wijziging, zoals vogels die bij felle kou hun verenpak opzetten. De leefomgeving kan ook blijvend veranderen, waardoor sommige organismen bepaalde blijvende eigenschappen ontwikkelen. Deze veranderingen worden erfelijk vastgelegd en aan het nageslacht doorgeven. Zo merkte Darwin op dat de door hem bestudeerde vinken verschillende snavels ontwikkelden al naargelang de omgeving waarin zij leefden.