Aesculapius
(Grieks: Asklèpios) In de Griekse mythologie god van de geneeskunst die soms met zijn pijlen besmettelijke ziekten verspreidde. Zoon van Apollo. Zijn attribuut, een staf met slang (esculaap), is het symbool van artsen geworden. Asklèpios kreeg vijf dochters, onder wie Hygieia (godin van de gezondheid) en Panacea (godin van de geneesmiddelen) en twee zonen, de geneesheren Podalirius en Machaon.
De bekende arts Hippokrates zou van Asklèpios afstammen. De god werd vereerd in Epidavros op de Peloponnesos, waar zich een groot asklepieion bevond (ook nu nog zichtbaar), een heiligdom waar mensen in kuilen met slangen genezing voor hun ziekten zochten. Ook het eiland Kos bezat een beroemd asklepieion. De aan slangen toegeschreven geneeskracht hing samen met hun vermogen zich jaarlijks te verjongen door hun oude huid af te werpen.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
