Amsterdams Impressionisme

Deze term raakte in zwang voor een aantal, aan het eind van de 19e eeuw, in en rond Amsterdam werkende kunstenaars, onder wie George Hendrik Breitner, Isaac Israëls, Jacobus van Looy, Suze Robertson, Floris Verster en Willem Witsen. Zij gebruikten niet de vrolijke kleuren van de Franse impressionisten, noch het zilvergrijs van de Haagse School, maar brachten hun onderwerpen, vooral stadsgezichten, stillevens en portretten, in donkere kleuren en zware penseelstreken. Allen waren zij leerling van August Allebé. Als meest typerend voor dit impressionisme wordt het werk van Breitner gezien.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke kunstenaar behoorde niet tot de Cobragroep?


JUIST!NIET JUIST!

Kees van Dongen

tapijt van Bayeux

In de tweede helft van de elfde eeuw (na de slag bij Hastings,1066) geborduurd wandkleed (ten onrechte tapijt genoemd) van 70 meter lang en 50 cm hoog. Het beeldt de voorbereiding uit voor de overtocht naar en de verovering van Engeland door hertog Willem van Normandië. Op het wandkleed zien we hoe de Engelse graaf Harold een eed van trouw zweert aan hertog Willem, die echter zelf zijn zinnen op Engeland gezet had.
Harold liet zich niettemin tot koning kronen. Dus verbrak hij zijn eed. Overduidelijk wordt op het kleed getoond hoe deze eedbreuk door God gestraft wordt: Harold wordt bij Hastings door Willem verslagen en sneuvelt.
Over het ontstaan van het kleed is weinig bekend, vroeger dacht men dat Willems echtgenote, Mathilda, de opdrachtgeefster was; tegenwoordig ziet men Odo, bisschop van Bayeux en halfbroer van hertog Willem, als de degene die het initiatief nam, overigens zonder harde bewijzen. Het borduurwerk is zeer levendig en geeft bovendien allerlei interessante details over het leven van de elfde- eeuwse krijgers (ridders). (PL)