Carl Jung
Carl Gustav (1875‑1961) Zwitserse psychiater die aanvankelijk met Freud samenwerkte, maar later met hem in conflict kwam over diens eenzijdige nadruk op de seksualiteit als bron van energie, frustratie en persoonlijkheidsstructuur. Ontwikkelde een eigen theorie waarin mensen behalve door de levenskrachten uit hun libido, ook door een collectief en dus overgeërfd onbewuste geleid zouden worden. In dat collectief onbewuste zouden archetypische oerbeelden en ideeën bestaan van tijdloze verschijnselen zoals helden en boze geesten, liefde en dood.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
