etymologie
Leer van de herkomst van woorden. Onze woorden zijn vaak sterk veranderde vormen van veel oudere woorden, soms ook uit andere talen. Zo gaat 'ooi' terug op dezelfde Indo-europese grondvorm als het Griekse 'ois' (schaap), maar is het woord 'suiker' met de zoetstof meegekomen uit het oude India, waar het 'sarkara' heette. Etymologie dient zowel het vaststellen van verwantschap tussen talen als het reconstrueren van de (oude) geschiedenis, bijvoorbeeld handelsbetrekkingen: waar woorden worden overgenomen moeten immers contacten bestaan. Tot het begin van de negentiende eeuw kwam aan de wetenschappelijke etymologie meer fantasie dan onderzoek te pas. Een berucht voorbeeld is de Nederlander Goropius Becanus (1518-1572), die 'aantoonde' dat het Nederlands de taal van Adam en Eva geweest moest zijn. Even fantastisch is de volksetymologie: die biedt vaak fraaie, maar verzonnen verklaringen van plaatsnamen.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
