klokken luiden
Oorspronkelijk om boze geesten te verjagen. Zo werden vroeger de kerkklokken geluid na de aangifte van een sterfgeval bij de burgerlijke stand, om te voorkomen dat de duivel vat kreeg op de ziel van de overledene. Bij het echte luiden zwaait de klok zo heen en weer dat de klepel beide kanten van de klok raakt. Het is een vrolijk geluid om mensen naar een kerkdienst te lokken, maar is ook te horen bij trouwerijen en op feestdagen zoals Kerstmis, Pasen en Koninginnedag. Daarnaast is er het kleppen, waarbij de klepel tijdens het zwaaien van de klok maar één kant raakt. Dat geeft een sober geluid en hoort vooral bij begrafenissen. Bij het beieren hangt de klok stil en zwaait alleen de klepel tot hij de klokkenwand raakt. Als in een toren een klokkenspel hangt van klokken van verschillende grootte – een zogeheten beiaard – kan een melodie worden gespeeld. De klokken zijn dan verbonden met een klavier of met een stelsel van houden stokken die door de beiaardier kunnen worden bespeeld. Bij het slaan van de klok om aan te geven hoe laat het is wordt aan de buitenkant tegen de klok aangeslagen met een hamer.
Wie schreef het sprookje 'De nieuwe kleren van de keizer'?
gulden snede
Verdeling van een lijnsegment in twee delen, zodanig dat het kleinste stuk staat tot het grootste als het grootste tot het geheel. Wordt wel gezien als de ideale verhouding bij de toepassing van architectonische ontwerpen. Opvallend is hoe vaak gulden-snedeverhoudingen worden aangetroffen in als geslaagd gekenschetste bouwwerken.
Zie ook hoofdstuk Wiskunde en Beeldende kunst tot de Renaissance